Home 1 2 3 4 5
winkelstories * * * * * auteur & copyright: els van wageningen email elsvanwageningen@planet.nl * * * * * webdesign: wynneconsult email wijnne_hj@planet.nl
hoofdartikel (1)

Van bescheiden winkeltje tot gerenommeerd modehuis

Maison de Bonneterie, met vestigingen in Amsterdam en Den Haag is een van de weinige overgebleven grote vooroorlogse modezaken in ons land. De winkels zijn nog altijd eigendom van de familie van de oprichters en de vierde generatie voert nu de directie. De eerste tachtig jaar van haar bestaan werd er nauwelijks iets veranderd: niet aan het interieur en niet aan de omvangrijke organisatie. De cliëntèle bestond uit deftige welgestelde families die, anders dan destijds bij het modehuis Hirsch, niet zo zeer uit waren op ‘haute couture’, alswel op kwaliteit en degelijkheid. Al in 1901 verleende koningin Wilhelmina De Bonneterie het predikaat hofleverancier. De maatschappelijke veranderingen, ingezet in de jaren zestig van de twintigste eeuw, liet deze exclusieve zaken niet onberoerd. Het roer moest radicaal om en dat was geen eenvoudige zaak. De beide ‘maisons’ staan op de lijst van nieuwe Rijksmonumenten, niet alleen vanwege de in traditionalistische stijl opgetrokken gevels, maar ook vanwege de belangrijkste restanten van de interieurs: de glas-in-lood lichtkoepels, de gaanderijen met de honderden kristallen lampjes en de kristallen kroonluchters. Zulke 19de eeuwse winkelinterieurs zie je bijna nergens meer en zeker niet in ons land.

Klik voor vergroting

De oprichters van Maison de Bonneterie Joseph Cohen en Rosalie Wittgenstein voor hun huwelijk in 1888.

Joseph Cohen en Rosa Wittgenstein

Joseph Cohen, geboren in 1860 in het Duitse Dinslaken, was zoon van een textielhandelaar. Als vertegenwoordiger van textielfabrikant L. Heilbron in Keulen, reisde hij regelmatig naar Nederland met koffers vol kousen, handschoenen en tricot goed. Tijdens die reizen moet het hem zijn opgevallen dat de bedrijfsvoering van de Amsterdamse winkels op een niet al te hoog pijl stond. Concurrentie was er nauwelijks en er was weinig diversiteit. Daarom verhuisde hij in 1887 op aanraden van zijn werkgever naar Amsterdam. Daar had hij al eerder Rosalie Wittgenstein ontmoet, verkoopster bij het in 1882 geopende modehuis Hirsch & Cie op de hoek van het Leidseplein en de Weteringschans. Zij was een nichtje van Sally Berg, een van de oprichters van Hirsch. Later zouden ook haar zusters Emma en Selma bij Hirsch gaan werken. Dat Joseph en Rosa voor zichzelf wilden beginnen wekte bij de Hirsch familie wel enige wrevel. Beide families hadden hetzelfde doel voor ogen: het oprichten van een groot modemagazijn zoals je die al lang in Parijs zag.

18 maart 1889 opening van de eerste bonnetteriewinkel

Met f.10.000 spaargeld achter de hand huurde Joseph Cohen in 1888 het pand Kalverstraat 181, hoek Olieslagerssteeg, waar tot dan toe Abraham Canter zijn herenconfectiemagazijn ‘De Stad Parijs’ dreef. Joseph en Rosa trouwden in 1889 in Rosa’s geboorteplaats Warburg, waarna zij op 18 maart hun bonnetteriewinkel openden. Terwijl Joseph Cohen zijn zakenreizen nog een tijdje voortzette, werd de winkel door Rosa geleid. Zij begon met één verkoopster, een leermeisje en een boekhouder. De verkoopster was Bertha Cohen, een dochter van Joseph’s broer Leeser. Zij zou nog jaren als eerste verkoopster bij De Bonneterie blijven.

Klik voor vergroting

De eerste uitbreiding in 1893 van Maison de Bonneterie, verbouwd door architect A. Jacot. Reclamekaart.

Expansie

In 1893 breidden de Cohen’s hun winkel uit met de panden Kalverstraat 179 en Olieslagerssteeg 6, waarna architect A. Jacot er één geheel van maakte. In 1901 kochten zij het op de andere hoek gelegen voormalige Kistenmakerspand, Kalverstraat 183. Het pand dat doorliep tot het Rokin, was één van de grootste winkelhuizen in de Kalverstraat en menig winkelier had daar al eens een oogje op laten vallen. In de jaren daarna kwamen de panden Rokin 138 tot en met 148 erbij, waarmee het doortrekken van de winkel van Kalverstraat naar Rokin mogelijk werd. In 1895 werd het eerste filiaal geopend in de Gravenstraat 4, Den Haag.

Klik voor vergroting

In 1901 kocht De Bonneterie het pand Kalverstraat 183. Carlo Cossa had hier in de 19de eeuw een winkel met ameublementen, pendules en bronzen. In 1891 kwam de winkel in handen van de heren Vos en Legrand. Reclameplaatje.

Shows voor dames in Hotel des Pays Bas

Naast gebreide goederen, kousen, handschoenen en bad - en sportartikelen, werd het assortiment al snel uitgebreid met kinderconfectie, damesmantels en mantelcostuums. Niet veel later kwamen de eerste confectiejaponnen uit Parijs. Dames uit de welgestelde burgerij die op een modieuze garderobe gesteld waren plaatsten hun bestellingen tot dan toe in Parijs, Brussel of Berlijn. De meeste Grands Magasins stuurden daarvoor catalogi naar hun Europese relaties. Het Parijse Grands Magasins du Louvre (1855), hield zelfs regelmatig shows in het Hotel des Pays Bas in de Doelenstraat in Amsterdam. Door zelf inkopen te gaan doen bij buitenlandse ateliers wilden de Cohens deze klanten voor hun zaak winnen.

Directies

1889 – 1921 Joseph Cohen en Rosa Wittgenstein
1921 – 1951 Alfred Cohen en Max Cohen
1951 – 1966 Paul Herz en Leo Colland
1966 – 1982 Ellen Herz – David en Leo Colland
1985 - 2010 Jim Colland
1985 - 2012 Willem Koster
2012 - sept. 2013 Edwin Boer
sept. 2013 - sept. 2014 Patrick van der Borden

Vestigingen Amsterdam

1888 - 1909 Kalverstraat 181
1893 - 1909 Kalverstraat 179
1893 - 1909 Olieslagerssteeg 6
1901 Kalverstraat 183
1902 Rokin 138 - 148
1909 Opening modemagazijn Kalverstraat / Rokin 140 - 142
1927 - 1970 Kalverstraat 185 - 187
1930 - 1970 Rokin 150
1978 - 1992 Beethovenstraat Amsterdam

Vestigingen elders

1896 Gravenstraat 4, Den Haag
1913 Opening van het grote modemagazijn, ontworpen door A. Jacot en W. Oldewelt in Gravenstraat 2, Den Haag
1979 - 1989 Lijnbaan, Rotterdam
1998 - 2011 De Bonneterie for Men, Nieuweweg 6c-6d, Laren
1998 - 2011 De Bonneterie for Women, Zevenend 1-5, Laren
2007 - juni 2009 Maison de Bonneterie Binnenweg 7-9, Heemstede

‘Men loopt er in dichte drommen door de straat heen en weer. Rijtuigen mogen slechts stapvoets en in één richting door de straat rijden. De Kalverstraat waar de fraaiste winkels en de grootste hotels zijn. Het publiek hier is zeker de ‘uppermost ten-thousands’. Heren in pelzen gekleed, trippelen voorzichtig voort, dames naar de laatste Parijse mode getoiletteerd. Jonge dandy’s met lorgnet op de neus. Ook ’s avonds trok een grote menigte door de Kalverstraat.’ Alfred Ipsen, 1892

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten