Home 1 2 3 4 5
winkelstories * * * * * auteur & copyright: els van wageningen email elsvanwageningen@planet.nl * * * * * webdesign: wynneconsult email wijnne_hj@planet.nl
hoofdartikel (3)

De glorieuze jaren twintig met een nieuwe directie

Joseph en Rosa Cohen hadden geen kinderen, daarom namen zij twee Duitse neven op in de zaak. In 1905 kwam Alfred Cohen, jongste broer van Bertha, later gevolgd door Max Cohen, zoon van Joseph’s broer Sally. In 1921 namen zij de directie over, nadat Joseph en Rosa zich hadden teruggetrokken. Joseph Cohen overleed in 1924. Rosa bleef op de achtergrond altijd aanwezig. Directie en cheffins moesten regelmatig bij haar thuis verslag komen uitbrengen van hun inkoopreizen. Omdat Max geen en Alfred wel kinderen had, werd in 1933 de jurist Paul Herz in de zaak opgenomen. Hij was een zoon van Rosa’s zuster Emma Wittgenstein en zijn ouders hadden een textielzaak in Aken. Herz trouwde met Ellen David, kleindochter van Sylvain Kahn en Julie Berg, mede-oprichters van het modehuis Hirsch.

Klik voor vergroting

‘De wereld voor den jongen van 2-20 jaar. De kasten bergen hier de bekoorlijkste Fransche helder gekleurde linnen pakjes, geborduurd met motiefjes van wol, de multicolore-jumpers van Shetlandsche wol, voor den baby-boy; voor de grooteren pullovers, Rowe-matrozenpakjes, pyama’s, bretelles, scarfs, hoeden en petten.’ Haagsche Vrouwenkroniek 1926.

Klik voor vergroting

Etalage aan de Kalverstraatzijde. In de etalage een geschilderde impressie van het Damrak, gezien vanaf het Centraal Station naar de Dam. Rechts op de voorgrond het Victoria Hotel. Jaar?

Bij De Bonneterie mócht je werken

Bij De Bonneterie te mogen werken was een hele eer. Leerlingen kwamen graag ook al verdienden zij niets. Ze kregen gratis een prima opleiding zo was de redenering. In 1914 had De Bonneterie in Amsterdam al 200 mensen in dienst. Ze zouden er vijfentwintig, veertig of zelfs vijftig jaar blijven. De binding met de klanten was groot, men kende dikwijls de hele familie. De cheffins zorgden niet alleen voor een goede klantenbinding, zij deden ook de inkoop van hun eigen afdeling. Alles wat de vaste klanten in de afgelopen jaren hadden gekocht stond in de klantenboeken genoteerd. Naast een basissalaris ontvingen de verkoopsters provisie over alles wat zij hadden verkocht. Dit systeem bevorderde wel het krachtig met de ellebogen werken tussen de verkoopsters en cheffins. Of ruzies als: hoorde iets dat op de ‘jonge dames’ hing niet veeleer thuis op de ‘dames’ en moest een robe-manteau op de japonnenafdeling van de ene cheffin eigenlijk niet hangen op de mantelafdeling van de andere? Aan de verkoopsters - gekleed in zwart of blauw, cheffins mochten daar grijs of bruin aan toevoegen - werden hoge eisen gesteld. De discipline onder het personeel was groot. Onnodig met elkaar praten, smijten met liftdeuren, een slordige afdeling, te laat komen, dat kon allemaal leiden tot een boete. In 1913 richtte Joseph Cohen voor zijn personeel een premievrij pensioenfonds op, waarin bij speciale gelegenheden door de opeenvolgende directies flinke sommen geld werden gestort.

Kwaliteit en service waren onbetwist

De Bonneterie was niet een zaak waar je zomaar als voorbijganger even rond ging snuffelen. Alleen wanneer je grootmoeder en je moeder er hun kleding al hadden gekocht durfde je onbevangen het pand te betreden. De Cohen’s hadden bewust een hoge drempel opgebouwd om te voorkomen dat de vaste cliëntèle zou worden geconfronteerd met de ‘lagere standen’. In de doodstille zaak werd vanaf de gaanderijen je komst geregistreerd. De cheffins probeerden vervolgens de klanten zo eerlijk mogelijk over de verkoopsters te verdelen.Terwijl een matrozenpakje op een vrije woensdagmiddag snel was gekocht, konden de dames er wel eens een paar dagen over doen voordat ze voor zichzelf een besluit namen of ze een uitgezochte mantel zouden nemen of niet. Intussen werd koffie geserveerd in het Bonneterie-servies, terwijl de lunch werd gebruikt bij het al even chique Formosa aan de overkant.

Klik voor vergroting

De nouveauté afdeling met ‘Weensche en Parijsche handschoenen, corsages en al die petits riens, waar een vrouw niet buiten kan.’

Klik voor vergroting

Op enkele vitrines na, waarin een avondjapon werd tentoongesteld, was er op de afdelingen geen kledingstuk te zien. Een van de kolossale vitrines begin 1900 gemaakt door de Londense firma F. Sage and Co. De vitrine bevindt zich nu in het Rijksmuseum.

Desnoods een andere rug in de japon

Anders dan bij Hirsch op het Leidseplein, waar alleen maatkleding werd verkocht, was De Bonneterie volledig afgestemd op de verkoop van degelijke confectie. De confectiekleding kon wel helemaal op eigen ateliers worden veranderd. Desnoods gingen er andere mouwen in de japon of kwam er een andere rug in. Zonodig werd de stof bij de fabrikant bijbesteld. Elke afdeling had haar eigen verander- atelier. Je mocht dan bij De Bonneterie peperdure kleren kopen, je kon er wel elk seizoen mee terugkomen om ze te laten vermaken. Kwaliteit en service waren onbetwist. Een mantel hier gekocht, die na tien jaar al tekenen van slijtage vertoonde, dat werd door de klant niet geaccepteerd. Hoeden, handschoenen en bontmantels konden een opknapbeurt krijgen, er was een aparte stoomkamer. Rond 1920 stuurden de Cohen’s verkopers van klasse met complete collecties de provincie in, waar zij in statige hotels dames uit de wijde omtrek toonden hoe men in de grote stad gekleed ging. Zichtzendingen werden door heel Nederland franco bezorgd.

De afdeling japonnen op de eerste etage. Jaren dertig.

'Ten gerieve der huiverige vrouwtjes'

‘Wij zagen Engelsche, Fransche en Zwitsersche lingeries, natuurlijk van gekleurde crêpe de Chine met ecru-kant, met guipure, Valencienne en broderie à la main.(…) Natuurlijk blijft de enveloppe en voque, maar die biedt voor de gure dagen slechts geringe beschutting; nu, ten gerieve der huiverige vrouwtjes, brengt de Bonneterie een lichte bekleeding in wol of fil d’Ecosse, die om het lichaam spant en de koude buitensluit. Maar… er is hier, ook in lingeries de trois pièce (chemise, onderjurk en pantalon in één), een kleedingstuk, dat het meest verwende vrouwtje moet voldoen.(…) Pyama’s van eenvoudig bedrukte en gestreepte soorten, tot juweeltjes in satin grenadine toe, bewerkt met zilver en goud, geborduurd met Chineesche dessins, beschilderd met goud, die door het chique vrouwtje aan ’t ontbijt gedragen worden of in den nachttrein, om er ten allen tijde uit te zien comme un petit coeur.’ Haagsche Vrouwenkroniek, 1926.

‘Een goed corset is het fond van een mooi geheel’

‘Geen japon, zelfs de allermooiste en kostbaarste niet, komt tot haar recht over een slecht passend corset. Daarom is mijn raad aan iedere vrouw, die er goed uit wil zien zonder haar gezondheid te benadeelen: Ga naar een goede zaak, laat u voorlichten door een beproefde kracht, die in het vak onderwijs genoten heeft en weet, wat uw figuur noodig heeft. Het vrouwelijk lichaam behoeft een steun, die het voor uitzakken behoedt. Niemand gelooft meer aan het sprookje, dat het sportmeisje en het sportvrouwtje het wel zonder een corset stellen kunnen; vanaf de buste tot de heupen behoeft het vrouwelijk lichaam een bekleeding, die het zijn mooien vorm doet behouden. Men mag het lichaam niet insnoeren, geen organen wegdrukken, dat is natuurlijk schadelijk, maar helpen in goede conditie te blijven, dat is nuttig en zelfs zeer noodig. Aan het hoofd van de corsetten-afdeling van de Bonneterie staat een ervaren kracht, die in alle opzichten bekwaam is de clientèle van raad te dienen. Zij geeft den raad zelfs jonge meisjes van 14-16 jaar een bustehouder te laten dragen van goed model om de borstpieren voor uitzakken te behoeden. Onze voormoeders wisten het wel, die haar kleine dochters een lijfje lieten dragen van stijve piqué. Maar op dit harde materiaal zal men u in de Bonneterie niet onthalen. Al die corsetten en corselets, die bustehouders en heupceintuurs zijn van een sielijkheid en een souplesse, zooals alleen deze tijd vermag te geven.’ Haagsche Vrouwenkroniek, 4 october 1935.

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten

De afdeling japonnen op de eerste etage. Jaren dertig.

sluiten

Onderschrift.