Home 1 2 3 4 5
winkelstories * * * * * auteur & copyright: els van wageningen email elsvanwageningen@planet.nl * * * * * webdesign: wynneconsult email wijnne_hj@planet.nl
hoofdartikel (4)

De crisisjaren en de Tweede Wereldoorlog

In 1933 reisden inkopers van De Bonneterie voor het eerst naar Amerika, waar ze nog geen enkele concurrent tegenkwamen. Zij brachten japonnen mee uit New York, kousen uit Canada en bustehouders uit Hollywood. En ook de eerste ‘costume jewelry’, namaakjuwelen die niet van echt te onderscheiden waren. Het waren de meest glorieuze tijden voor De Bonneterie. In 1939 had de onderneming 15.000 vaste klanten. Ondanks de voorspoed, zelfs tijdens de crisisjaren, zou het vijftigjarig bestaan niet worden gevierd. ‘De alom heersende werkeloosheid, politieke onzekerheid en de ellende waarin vele van onze medemensen buiten hun schuld zijn geraakt, veroorloven ons geen luidruchtige feeststemming’, vonden Alfred en Max Cohen. Het personeel ontving een gratificatie en de directie schonk f.10.000 gulden aan het ‘Amsterdamsch Centraal Comité voor jonge werkelozen’.

Afdeling bontmantels op de tweede etage. De klanten zochten zelf niets uit. In de paskamer kwam de verkoopster met háár keuze. De dames deden er soms wel twee dagen over, voordat ze tot een beslissing kwamen. ca.1938

Vier gebrandschilderde ramen van Jean Gregoire

Het personeel bood vier gebrandschilderde ramen aan, ontworpen door Jean Gregoire, die een plaats kregen in het trappenhuis in Amsterdam. Twee ramen stellen de oude winkels in de Kalverstraat 181 en 183 voor met de mode van de jaren 1889 en 1901. Het derde raam beeldt de periode 1913 uit met de oprichting van het Haagse filiaal. Het vierde raam toont het gebouw aan de Rokinzijde met de mode van 1939. Met een bruidspaar wilde de ontwerper geluk, jeugd, vreugde, harmonie en blijde toekomst symboliseren. Hoe anders zou het een jaar later gaan.

De Tweede Wereldoorlog

Ondernemingen met een joodse directie moesten voor 30 november 1940 worden aangemeld. Enkele maanden later werden Alfred en Max Cohen gedwongen hun zaak te verlaten. Na de komst van een Verwalter werden ook systematisch de joodse personeelsleden ontslagen. Rosa, Max en Alfred Cohen en zijn gezin kregen in januari 1942 van de Duitsers een vrijgeleide naar Portugal in ruil voor kostbare schilderijen uit de verzameling van Alfred Cohen en vestigden zich tenslotte in Amerika. Maison de Bonneterie werd leeggeroofd, ook al wist het personeel nog heel wat van de goederen weg te slepen en veilig onder te brengen. In 1943 werd de Amsterdamse winkel verplaatst naar een etage van De Bijenkorf. De Bonneterie werd opslagruimte voor een textielimportbedrijf. Toen de oorlog uitbrak was Alfred’s zoon Leo toevallig op zakenreis in Amerika. Deze Cohen uit Holland kwam er in dienst bij het Nederlandse leger en veranderde zijn naam in Colland.

Alfred en Max Cohen bleven na de oorlog in Amerika wonen, al kwamen zij als directeuren nog regelmatig in Amsterdam. Rosa Cohen-Wittgenstein keerde terug en overleed in 1949 op 81-jarige leeftijd. Kort na haar stierven ook Alfred en Max Cohen. In het trappenhuis van De Bonneterie hangt een plaquette met de 66 namen van de personeelsleden die omkwamen in Duitse concentratiekampen. Zij worden nog elk jaar herdacht.

De derde generatie doet concessies aan de moderne tijd

In 1948 werd voor het eerst iemand van buiten de familie benoemd als directiemedewerker. David van Dijk, afkomstig van Nieuw Engeland, kreeg de leiding over de parterre. Hij bleef tot 1976. Inge Vecht, kleindochter van Rosa’s zuster Emma Wittgenstein werd cheffin van de hoedenafdeling, in die tijd nog met twaalf verkoopsters. In 1951 namen Paul Herz en Leo Colland de directie over. Leo Colland, zoon van Alfred, was de grote bontexpert en Herz nam de damesconfectie voor zijn rekening. Toen Paul Herz in 1966 overleed, nam zijn echtgenote Ellen David zijn plaats in. Achteraf lijkt het wel of met de plotselinge dood van Paul Herz een tijdperk werd afgesloten.

Klik voor vergroting

Gevelversiering Maison de Bonneterie aan de Rokinzijde, 6 september 1948. Op 4 september 1948 deed koningin Wilhelmina afstand van de troon. Op 6 september volgde de inhuldiging van haar dochter prinses Juliana.

Klik voor vergroting

Het atelier op de vierde etage aan de Rokinzijde in 1951

Grijze flanelbroek met omslag legt het af tegen de spijkerbroek

De twee winkelpaleizen in Amsterdam en Den Haag, bestonden aan het eind van de jaren zestig van zo’n 75 families. Hun kinderen keerden zich langzaam maar zeker af van dit in hun ogen ‘bolwerk van burgerlijke tuttigheid’. Je kocht geen kleren meer in een zaak waar ook je ouders kwamen. De grijze flanel broek met omslag werd verruild voor een spijkerbroek. Niemand droeg meer blazers, plooirokken, collegejassen of stropdassen, een enkele zonderling daargelaten. Er kwam een eind aan de klassieke modedictatuur. Ook oudere klanten wilden wel eens gaan kijken in een van de nieuwe boetieks die overal in de stad verschenen. De grote vooroorlogse modehuizen hielden geen stand: Hirsch, Gerzon, Krause & Vogelzang, Lampe en later ook Maison de Vries verdwenen allemaal, met in hun kielzog het bekende café – restaurant Formosa. Daarvoor in de plaats kwamen goedkope lawaaiige jeansboetieks en discounts. Het straatbeeld veranderde. Veel grotere groepen jongeren dan voorheen hadden het nodige te besteden. De winkeliers in de Kalverstraat haakten daar op in.

14 juni 1950. Bijzondere etalages ter gelegenheid van het 500 jarig bestaan van de Kalverstraat.

Enkele winkelpanden van Albert Jacot (1864 - 1927)

1894 Vijzelstraat 107, i.s.m. W. Oldewelt (1865 -1906), smal winkelpandje met erker.

1895 Vijzelstraat 111, i.s.m. W. Oldewelt. Winkelhoekpand met erker, glas-in-lood raampjes en een torentje.

1899 Koningsplein/hoek Singel 472 - 496, i.s.m. W. Oldewelt, voor Nieuw Engeland, Heren- en Jongenskleding en voor hofleverancier H. Meijer, Lingerie, Tricotages en Bedlinnen.

1909 Rokin 138 - 140, Maison de Bonneterie.

1911 Stadhouderskade 19/hoek Vondelstraat, Duwaer & Naessens, Piano’s.

1911 Kalverstraat 125 - 129/hoek Spui, Maison de Vries, Damesconfectie.

1912 Nieuwendijk 208 - 212, Bahlmann & Co, Manufacturen.

1912 Leidseplein, Hirsch & Cie, inclusief Tearoom en Café/Restaurant Trianon.

1913 Koningsplein 12 - 14, P.M. Broekmann & A.F. Herbermann, Tailors.

1914 Heiligeweg 37, Gebr. Langemeyer, Fournituren en Damesmode.

1917 Kalverstraat 31 - 35, Firma Hoying, Huishoudelijke en Luxe Artikelen.

De mantels van Max Haar uit Berlijn

In alle kleding zat voor de oorlog het etiket van Maison de Bonneterie. Er stond als het ware de doodstraf op het noemen van de naam van de fabrikant. Het personeel kende alleen maar een nummer. Zo konden klant noch concurrent op een spoor worden gebracht. Eén van die fabrikanten was Max Haar in Berlijn. Hij leverde prachtige mantels van Camel en Cashmere en nadat hij in 1938 met zijn gezin naar Nederland was gevlucht, zette hij hier in Amsterdam samen met zijn dochter Ruth zijn leveranties aan De Bonneterie voort.

‘Ondanks storm en regen hebben de Amsterdamse vrouwen zich maandag met lichaam en ziel in de puntenvrije textiel uitverkoop gestort. Een uiterst gedistingeerd modehuis, waar meestal een plechtige stilte heerst was vol als een banketbakkerswinkel tegen Sinterklaas.’ Het Parool 1949

sluiten

sluiten

sluiten

Afdeling bontmantels op de tweede etage. De klanten zochten zelf niets uit. In de paskamer kwam de verkoopster met háár keuze. De dames deden er soms wel twee dagen over, voordat ze tot een beslissing kwamen. ca.1938

sluiten

sluiten

14 juni 1950. Bijzondere etalages ter gelegenheid van het 500 jarig bestaan van de Kalverstraat.

sluiten

Onderschrift.