Home 1 2 3 4 5
winkelstories * * * * * auteur & copyright: els van wageningen email elsvanwageningen@planet.nl * * * * * webdesign: wynneconsult email wijnne_hj@planet.nl
hoofdartikel (5)

Grote veranderingen in de tweede helft van de twintigste eeuw

Na het overlijden in 1907 van Wijnand van der Meulen werd de apotheek nog twintig jaar voortgezet door zijn weduwe Siet van der Meulen-Harders, ook wel ‘Tante Meul’ genoemd. Zij was geen apotheker en zoals de wet voorschreef moest zij een afgestudeerde apotheker als provisor in dienst nemen. Dat gold ook voor haar opvolger Herman Wijnne, die zijn studie door omstandigheden niet kon afmaken. Vandaar dat van 1907 - 1967 zo’n 25 apothekers hier als provisor hebben gewerkt. Meestal bleven ze maar kort, totdat ze elders een definitieve plek hadden gevonden. Vanwege de ‘boeiende’ omgeving hebben hier ook heel wat aanstaande apothekers stage gelopen voor hun apothekersexamen. Na de jaren zestig veranderde het vak gestaag. Er kwamen steeds meer kant en klare geneesmiddelen op de markt, waardoor de hoeveelheid eigen bereidingen langzaam maar zeker terugliep. Er kwam meer aandacht voor voorlichting en medicatiebegeleiding. Was er voorheen nogal een scheiding tussen apotheker en huisarts, met het regelmatig samenkomen voor farmacotherapeutisch overleg kwam ook hierin verandering.

Siet van der Meulen-Harders

Volgens de overlevering had Tante Meul, groot en zwaarlijvig, de wind er goed onder. Dat moest ook wel, want het was voor een vrouw alleen geen gemakkelijke klus. Als men ’s avonds belde voor spoedhulp, ook al was er geen dienst, dan deed zij altijd de deur open. Waren het dronken querulanten die ze niet binnen wilde laten, dan had zij een stamper klaar liggen om de voet die ze tussen de deur hadden gezet, met een klap te verwijderen. Vooral op zaterdagavond was de apotheek meer een EHBO- post, zoveel vechtersjassen kwamen er binnen met bebloede kop. Inmiddels was zij 68 jaar en moest er nodig een opvolger komen. Zij had geen kinderen. Men vond dat Herman Wijnne, zoon van haar jongste zuster Betsy Harders en huisarts Antoon Wijnne, deze taak maar van haar moest overnemen. Hij kwam in 1927 in dienst en kreeg van tante een piep klein zijkamertje met een opklapbed toegewezen, waar ook nog een deel van de voorraad stond opgeslagen.

Hongaars Bitterwater

Vanaf 1921 kreeg de apotheek uitzicht op een nieuwe brug ontworpen door architect J. v.d. Mey. Tegenover de brug is de Stormsteeg. Op de linker hoek Apotheek W.H. v.d. Meulen, met op de ‘blinde muur’ een zwart glazen reclamebord voor Hongaars Bitterwater, met de tekst: ‘Hunyad János, het beste purgeermiddel. Zuiver bronwater. Werkt spoedig, zacht, zeker en aangenaam.’ Rechts van de brug is nog een restant te zien van het Sint Nikolaas bolwerk, onderdeel van de in 1599 gesloopte vestingmuur.

Herman Wijnne

Terwijl de economische crisis al enkele jaren aan de gang was, werd Herman Wijnne in 1931 eigenaar van de apotheek. In 1936 trouwde hij met Mieke Rouma, een verpleegster uit het Binnengasthuis. Zij woonden boven de apotheek en beleefden samen met de buurtbewoners roerige tijden vooral na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Van het voltooien van zijn studie farmacie kwam niets meer terecht, temeer daar zijn gezin zich al snel uitbreidde.

Duitse bezetting

Op 12 februari 1941 sloten de Duitsers de oude joodse buurt rond de Nieuwmarkt af met hoge hekken en prikkeldraad, waarbij zij borden plaatsten met het opschrift Joodse Wijk. De grens van die wijk liep langs de oneven zijde van de Geldersekade. Op de foto zijn ze net met de versperring van de Binnenbantammerbrug begonnen. Rond de apotheek woonden veel joodse families. De meesten hadden een manufacturenzaak. Ook de grootouders van moederszijde van de latere burgemeester Wim Polak, woonden op de Geldersekade. Grootvader Barend Jacobs had samen met zijn zoon David een grossierderij in glas en aardewerk op Geldersekade 11. Beide grootouders kwamen om in Sobibor.

Complete duisternis

Doordat er in het laatste oorlogsjaar geen straatverlichting meer was, liepen er regelmatig mensen het water van de Geldersekade in. Buurtbewoners hadden schijnwerpers gemaakt, die in het water schenen als het weer zover was. Het uit het ijskoude water opgeviste slachtoffer werd vervolgens de apotheek binnengedragen en in een wollen deken gerold. De apotheek had bij uitzondering nog wel telefoon. Dan kwam er een broeder van het Rode Kruis, meestal een Chinees, de geredde met kar en paard ophalen om hem vervolgens naar het ziekenhuis te brengen. Er heersten allerlei besmettelijke ziekten. Veel kinderen hadden luizen in die tijd. In het laatste oorlogsjaar moest het medicijngebruik tot een kwart worden teruggebracht. Het grootste deel van de voornamelijk joodse bevolkingsgroep is in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers gedeporteerd. Hun huizen werden in de hongerwinter leeggehaald. Zo lag de buurt er na de oorlog troosteloos bij. Een krottenbuurt met een hoge leegstand.

Schrikpoeders

Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw werden de meeste geneesmiddelen nog in de apotheek bereid. Nu is dat nog maar zo’n 10% van alle afleveringen en dan gaat het vooral om zalven, capsules en zetpillen. Het overgrote deel komt kant en klaar uit de fabriek. Zo’n vijftig jaar geleden gingen er nog heel wat door de apotheek bereidde ‘zelfzorgmiddelen’ over de toonbank: boorwater, goulardwater, valeriaantinctuur, Hoffmann druppels, levertraanzalf, zinkzalf en niet te vergeten de in deze buurt veel gevraagde ‘Blauwe Ruiterzalf’, die maar liefst 30% kwik bevatte en gebruikt werd tegen schaamluizen. De apotheek verkocht ook losse grieppoeders, rode en witte hoestpoeders en hoofdpijnpoeders. Er waren buurtbewoners die wilden nog wel eens schrikken op straat van bijvoorbeeld een hond, ook daar werd in voorzien, dan kon je in de apotheek een schrikpoeder halen. Wat melksuiker met een kleurtje. De reacties waren zeer positief. Ook Volendamse Alie die bij de kruidenier op de hoek van de Zeedijk werkte, nam er voor alle zekerheid een stuk of wat mee, toen zij voor het eerst van haar leven op reis zou gaan. De apotheek verhuurde in die tijd ook babyweegschalen en ondersteken.

Gedwongen verhuizing van buurtbewoners

In 1965 werd een begin gemaakt met de gedwongen verhuizing van honderden hier geboren en getogen bewoners naar de tuinsteden en naar Purmerend, waarna een groot deel van de buurt werd gesloopt ten behoeve van de aanleg van de Metro. Ook de eeuwenoude apotheek in de Binnenbantammerstraat ging dicht, net als vele andere winkels. In diezelfde tijd namen dealers en drugsverslaafden bezit van de buurt. Gelukkig bleef er na al deze ellendige jaren nog een aardig percentage oorspronkelijke buurtbewoners over. Echte Amsterdammers die van hun hart geen moordkuil maken. Als vanouds komen zij met veel vragen naar de apotheek. Het is ook een plek waar het laatste buurtnieuws wordt uitgewisseld en waar relaties en hardnekkige kwalen breed worden uitgemeten.

Opnieuw een Herman Wijnne

In 1967 werd de apotheek voortgezet door Herman Wijnne’s oudste zoon Herman. Zijn belangstelling ging echter meer uit naar de wetenschappelijke kant van de farmacie. Na zijn studie farmacie bleef hij als wetenschappelijk onderzoeker en docent verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. De dagelijkse leiding in de apotheek was van 1967-1999 in handen van apotheker Henny A. Rasker - Prins.

Opheffing Apotheek De Groot & Latenstein

Sinds 1654 was Apotheek De Groot en Latenstein gevestigd in de Binnenbantammerstraat 13. Door de al eerder genoemde afbraak van de buurt vanwege de bouw van de metro en het daarmee gepaard gaande vertrek van veel buurtgenoten, werd deze apotheek op 1 juli 1970 gesloten en samengevoegd met Apotheek W.H. van der Meulen. Beide apotheken hadden veel scheepsagenten als klant, vanwege de bevoorrading van verbandkamers van internationale zeeschepen.

Restauratie apotheekinterieur

In 1973 werd het interieur van de apotheek o.l.v. architectenbureau H. Rappange en met subsidie van Monumentenzorg gerestaureerd en in de oorspronkelijke kleuren teruggebracht. Boven op de opstand staan onder andere een koperen vijzel uit de periode van de Everwijns, een 19de eeuwse koperen croupketel en een kaaiman. Boven de trap hangt een zaagvistand, lang in gebruik als uithangteken van apotheken, net als de kaaiman. De zonneklok boven de opstand was een geschenk van Franz Eckmann, voormalig eigenaar van de firma F.W. Löning, horlogemakers sinds 1838, Damrak 86.

Centrum van handel in harddrugs

In het begin van de jaren zeventig van de 20ste eeuw werd de buurt door dealers en heroïneverslaafden uitverkoren tot centrum van de handel in harddrugs. Eerst beperkte de overlast zich hoofdzakelijk tot de kop van de Zeedijk, maar toen de verloedering zich over de hele Zeedijk uitstrekte werd begin jaren tachtig door het gemeentebestuur een renovatieplan bedacht voor de dijk. Daarvoor moesten de junks wijken. Het gevolg was dat de handel in harddrugs zich verplaatste naar de Stormsteeg en de Geldersekade. Regelmatig stonden er zo’n tachtig junks voor de apotheek. Dat was een rampzalige tijd voor iedereen in de buurt. Om een geelzuchtepidemie te vermijden, leverde de apotheek enige tijd steriele spuiten af aan verslaafden tegen kostprijs. Voordien gebruikten ze elkaars spuiten, waardoor ze elkaar met het hepatitisvirus konden besmetten. De aanloop werd spoedig veel te groot, de apotheek en de buurt waren er niet gelukkig mee. Nadat deze taak kon worden overgedragen aan de GG&GD, kon de apotheek stoppen met de verkoop.

Apotheek viert haar driehonderjarig bestaan

Op 9 november 1996 vierde de apotheek haar 300-jarig bestaan, ondermeer met een symposium in de kapel van het museum ‘Ons Lieve Heer op Solder’ aan de O.Z. Voorburgwal 40, met als onderwerp De Gezondheidszorg in de Amsterdamse Binnenstad, die met zijn verscheidenheid aan mensen en culturen vraagt om een kleinschalige en doelgerichte hulp- en dienstverlening. Zullen de kleine binnenstadsapotheken de volgende eeuw nog wel halen, was de vraag. Als er één plek is in ons land waar alle problemen van de grootsteedse gezondheidszorg bij elkaar komen, dan is dat wel bij Van der Meulen.

‘De Eeuwige Gaper’

Na het symposium onthulde toenmalig burgemeester Schelto Patijn boven de ingang van de apotheek de wel heel toepasselijke gevelsteen ‘De Eeuwige Gaper’ , ontworpen en gemaakt door beeldhouwer Hans ’t Mannetje en aangeboden door Organon Nederland. Het is de 99ste gevelsteen die ’t Mannetje in de afgelopen jaren heeft gemaakt. Wie nadien over de Bantammerbrug de binnenstad ingaat zal voortaan de man met de lange tong en de met bladgoud vergulde pil niet kunnen negeren.

Klik voor vergroting

De weduwe Siet van der Meulen - Harders, eigenaar van de apotheek van 1907 - 1930

Klik voor vergroting

W. Ephraim, 1927. Apothekersassistent 1927-1933

In de jaren twintig van de vorige eeuw werd het interieur van de apotheek enigszins gewijzigd en aangepast aan de ‘moderne’ tijd. Minder potten en flessen en meer verpakte geneesmiddelen. Alles werd wit geschilderd en de pilaartjes donkerbruin. De wit marmeren vloer werd verruild voor een granito vloer, zoals die er nu nog is.

Bantammerbrug naar ontwerp van architect J. van der Mey (1921). Stadsarchief Amsterdam

12 februari 1941. Het aanbrengen van prikkeldraadversperring op de Binnenbantammerbrug

1948. De nieuwe recepteerruimte in het voormalige kantoor van de apotheek. Rechts Herman Wijnne, eigenaar van de apotheek van 1931-1967.

Foto: Stadsarchief Amsterdam, 1986.

Handel in harddrugs rond de apotheek. Foto Wim Ruigrok 1985

Klik voor vergroting

Apotheek W.H. v.d. Meulen in 2010. Foto: Hans Oostrum Fotografie. Den Haag

Assistente Coby van Winden bedient de onlangs aangeschafte poedervouwmachine. 1962

Klik voor vergroting

Op 6 augustus 1999 werd aan de buitengevel een gedenksteen aangebracht in arduinsteen, waarop een met de hand gebeitelde tekst: ‘Sinds 1696 is in dit huis een apotheek gevestigd’ , gemaakt door Peter Muller, ontwerper en typograaf.

Klik voor vergroting
Volksnamen geneesmiddelen

Apotheker P. Bouman, provisor in deze apotheek van 1931 - 1935, liet een handgeschreven boekje achter, waarin hij een aantal volksnamen noteerde, met daarachter de officiele Latijnse naam van het geneesmiddel, waar in deze apotheek veel vraag naar was.

Een paar voorbeelden:

aardwormzalf - ung.oxyd.zinci

abrikozen kwint - fructus colocynthides

apenhaar - pili cibiotii (pengawar Djambi)

apostelzalf of troost der armen - ung. therebinthinaceum

appelzalf - ung. oxyd. hydrargyrici rubri

arme lui’s pleister - charta resinosa

beroerte water - spririt. coloniensis

bijtend kwik - chloret. hydrargyri

blauwe boter of kikkervet of familiezalf - ung. hydrargyri (bij syplilis)

heilige geestwortel - radix anglica

hoofdpijnpleister - emplastrum cantharidum (pleister met glinsterende stukjes van de Spaanse vlieg)

juffertjes poeder - pulv. liquiritiae comp.

koetsiertjes - rhizoma calami

levenskruid - herba arboris vitae

Napelsche zalf of platjes zalf of schelpjeszalf - ung. hydrargyri

slaapstroop - sirup. papaveris

snotpoeder - pulv. semen foenigraeci

vlieg op - ammonia liquida

walvishersens - cetaceum

woordhouder - tinct. pyrethri comp. (op een watje in carieuze kiezen)

Bronnen

Archief Herman Wijnne

Els van Wageningen, "Geldersekade - Tussen Waag en Schreierstoren". Uitg.Stadsherstel Amsterdam N.V./ N.V. Stadsgoed. Amsterdam, 2002. ISBN: 90 9016360 3.

Stadsarchief Amsterdam

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten

sluiten