Nieuwe Spiegelstraat 40       1017 DG Amsterdam       t: 020 623 4748       e: vecht086@gmail.com       w: www.vecht-worksofart.nl
Kunstzalen A. Vecht
Sinds 1902

Vanwege de bouw van de Noord-Zuidlijn zag de toekomst er eind jaren negentig voor de vele kunsthandels en antiquairs op het Rokin somber uit. Vandaar dat Constant Vecht zijn kunsthandel in 1999 verplaatste van Rokin 30 naar de Nw. Spiegelstraat 40.

Zijn overgrootvader Mozes Vecht, een Elburgse veehandelaar, trok rond 1902 met zijn vrouw Diena van Hamburg naar Amsterdam, waar hij een antiekwinkeltje begon in de Sint Anthoniesbreestraat 86. Hun zoon Aäron (Elburg 1886) had al jong veel belangstelling voor ceramiek en Aziatische kunst en cultuur. Hij leerde Jacob Stodel kennen, die een antiekzaak had in de Zanddwarsstraat 9. In 1906 werden zij compagnons en vestigden zich in de Nieuwe Hoogstraat 15. In 1910 trouwt Aäron Vecht met Stodels dochter Mary. Hun kinderen waren Didi en Jack. Enkele jaren later begon Aäron voor zichzelf met de kunsthandel ‘Eigen Haard’ in de Wijde Kapelsteeg 1. In 1926 verhuist Vecht naar Rokin 122 en in 1935 naar Rokin 56, waar de verschillende verzamelingen van glas, vroege majolica, Perzische miniaturen, maar ook de nieuwe realistische schilders in aparte zalen werden tentoongesteld. Inmiddels was hij een vooraanstaand antiquair en verzamelaar. In 1939 had Vecht zijn zeldzame stukken al naar Amerika verscheept en zijn zaak gesloten, maar op last van de Duitse bezetters werd de kunsthandel toch weer geopend nu op Rokin 30. Aäron Vecht overleefde de oorlog. Hij overleed in 1965, waarna hij werd opgevolgd door zijn zoon Jack, wiens belangstelling vooral uitging naar Middeleeuwse sculpturen. In 1987 was hij medeoprichter van PAN, (Pictura Antiquairs Nationaal) de Amsterdamse kunst- en antiekbeurs.

Tot verdriet van Jack ontpopte zijn zoon Constant zich tijdens zijn studie sociologie aan de UvA in de jaren zeventig, als voorman van de studentenrevolte. Van 1984 - 1986 was hij hoofdredacteur van De Waarheid, daarna werd hij directeur van De Groene Amsterdammer. In 1993 schreef hij het boek ‘Huis aan de Amstel’, een openhartige kroniek over vier generaties Vecht. Nutteloos en onproductief noemde hij in die tijd het beroep van zijn vader, maar na diens dood in 1995 is hij dat anders gaan zien. Hij wilde datgene waar zijn grootvader en vader hun hele leven met hartstocht aan hadden gewijd, niet zo maar laten verdwijnen en bouwde weer net zo’n gevarieerde collectie op als die van zijn grootvader Aäron.

Terug naar homepage