Home 1 2 3
winkelstories * * * * * auteur & copyright: els van wageningen email elsvanwageningen@planet.nl * * * * * webdesign: wynneconsult email wijnne_hj@planet.nl
hoofdartikel (1)

Slaghoedjes, schapenscharen en snijboonmessen

De staalwarenwinkel van Klophaus in de Utrechtsestraat 79 is een typisch voorbeeld van een ouderwetse speciaalzaak, die zich meer dan 85 jaar in Amsterdam heeft weten te handhaven. Winkels waar een uitgebreid assortiment scharen en messen wordt verkocht zie je nauwelijks meer. Bekende zaken als Bastet, sinds 1684 gevestigd eerst in de Kalverstraat 173 en later op nummer 39, en Kern, sinds 1830 op de Nieuwendijk 231, en later ook in de Utrechtsestraat 38, zijn respectievelijk in 1981 en 1984 opgeheven. Enkele jaren later ging ook Het Staalwarenhuis op Singel 161 dicht. Het messen- en scharenmagazijn van T. F. Bastet, Hofleverancier van Z.M. Koning Willem III, had eind 19de eeuw 'zaken in de voornaamste steden van het Rijk en het Buitenland', zoals in een advertentie uit 1885 staat. Kern verkocht naast staalwaren ook breukbanden, buikgordels, optische instrumenten, brillen en elastieke kousen. Deze winkels hadden geen eigen slijperij aan huis en waren daarvoor op anderen aangewezen. Een heel bekende slijperij in de binnenstad was W. Haageraats, van 1901 - 1984 gevestigd in de Gasthuismolensteeg 6. De slijperij verhuisde in 1984 naar Osdorp en hield zich nog enkele jaren uitsluitend bezig met broodsnijmachinemessen. Klophaus had sinds de oprichting in 1900 wl een eigen slijperij aan huis.

Familie Klophaus

Oprichters van het Magazijn van fijne Staalwaren in de Utrechtsestraat waren Edmund Klophaus en zijn vrouw Alma Volmer, beiden afkomstig uit Ohligs bij Solingen in Duitsland. Jacob Klophaus, de vader van Edmund, had daar in de Walderstrasse 12 een Fabrik in Taschen - und Feder- Messer und Chirurgische Instrumenten Messer. Hij was n van de ongeveer 500 fabrikanten die Solingen rond 1900 telde. Jacob Klophaus had acht dochters en drie zonen. De oudste zoon, Walter, kwam in het bedrijf van zijn vader. Zoon Robert begon in 1902 een eigen fabriekje in Ohligs. De in 1876 geboren Edmund, vertrok in 1900 met zijn vrouw Alma naar Amsterdam, waar hij in de Utrechtsestraat 107 zijn winkel met slijperij opende. In 1901 werd Edmund jr. geboren. Pauline, een van de acht dochters van Edmund Klophaus uit Ohligs, Solingen, trouwde met de Solinger Edmund Kratz. Deze begon in Rotterdam een staalwarenwinkel op de Grote Markt 20, maar moest na het bombardement van 1940 noodgedwongen verhuizen naar een noodgebouwtje op de Coolsingel. Dan volgt een verhuizing naar de Korte Hoogstraat en tenslotte eindigt de winkel op de Lijnbaan 105. Jacob's dochter Augusta trouwde met de Solinger Walter Vitting. Zij hadden in de jaren twintig van de vorige eeuw een staalwarenwinkel in de Korte Burchtstraat 13 in Nijmegen.

Het handgesmede voorsnijmes met vork, door Jacob Klophaus in 1907 voor zijn zoon vervaardigd in Solingen. Klaas H. Rob, april 1986.

Utrechtsestraat 79

Edmund Klophaus, geboren in Ohligs bij Solingen, opende in 1900 in de Utrechtsestraat 107 een staalwarenwinkel met slijperij. Hij verhuisde in 1907 zijn winkel naar het pand Utrechtsestraat 79. Tot zijn komst daar was er in de kelder een water - en vuurwinkel gevestigd en op de begane grond een aardewerkwinkel. Klophaus liet een fraai teakhouten winkelbetimmering maken door meubelmaker Ridderikhof. De National Kassa kwam uit Berlijn. De winkelpui was in hout en zwart graniet uitgevoerd, met boven de etalage een zwart glazen naambord met vergulde letters, zoals je dat wel vaker zag in die tijd. Ter gelegenheid van de opening van de nieuwe zaak maakte Jacob Klophaus voor zijn zoon een met de hand gesmeed voorsnijmes en een vork, beide van enorme afmeting, met heften van hertshoorn. In het lemmet gestanst het stempel van E. Klophaus Amsterdam, Messenfabriek. Opgehangen in de etalage moest deze als blikvanger dienen.

Edmund Klophaus, zoon van de oprichter

Edmund Klophaus en zijn vrouw Alma hadden n zoon en drie dochters. Edmund geboren in 1901 kwam in 1916 bij zijn vader in de zaak. In 1957 werd hij eigenaar. Zijn zoon Eddy Klophaus ( 3e gen.) spreekt vol lof over het vakmanschap van zijn vader. 'Hij streefde naar de uiterste perfectie, die door zijn neef Herbert Vitting, toch ook een vakman, als veel te bewerkelijk en dus te duur werd betiteld. Het ging hier vooral om scharen, waarvan de binnenzijde cruciaal is voor de goede werking. Mijn vader haalde elke schaar uit elkaar om ze, nadat ze van binnen geslepen en gepolijst waren, weer in elkaar te zetten en af te stellen. Als de Amsterdamse confectiefabrieken tijdens de vakantie in augustus honderden scharen aanboden om te worden geslepen, moest ik mijn vader bijspringen. Maar ik mocht alleen de buitenkant behandelen. Messen hadden veel minder zijn interesse, die zijn ook veel eenvoudiger weer goed functionerend te krijgen.' Meer dan zestig jaar werkte Edmund jr in zijn winkel met slijperij. Hij overleed in 1980.

Klik voor vergroting

Edmund Klophaus (1876-1957). Coll. E.W. Klophaus, 1941.

Klik voor vergroting

Edmund Klophaus jr. Foto: Eddy Posthuma de Boer, 1974. Coll. E.W. Klophaus

Eigenaren

1900-1957 Edmund Klophaus Sr.
1957-1980 Edmund Klophaus Jr.
1980-1987 Inge Does-Klophaus, beherend vennoot, en haar broer, Eddy Klophaus, vennoot.

Solingen

De grootste en ook oudste staalwarenfabriek was die van J.A. Henckels. Oprichter Peter Henckels liet in 1731 het merk Zwilling inschrijven in de rol van de messenmakers van Solingen. In de Amsterdamse P.C. Hooftstraat is temidden van de dure kledingzaken nog een winkel te vinden van Zwilling - J.A. Henckels. Elke fabriek had zo zijn eigen specialiteit: scharen, zakmessen, manicure-etuis, etc. Rond 1900 waren er alleen al zo'n honderd scheermessenfabrieken in Solingen. De kleinere familiebedrijfjes waren veelal in grote huizen gevestigd, met achter het huis een smederij. Elk onderdeel van bijvoorbeeld een zakmes werd door verschillende handwerkslieden thuis gemaakt en later in de fabriek verder tot een geheel verwerkt. De smid, de slijper, de polijster, de heftmaker, allemaal kwamen ze er aan te pas.

Alpaca

Begin 1900 komen er ook grote leveranties alpaca lepels en vorken uit Duitsland. Alpaca was zogenaamd namaakzilver, een legering van nikkel, koper en zink, overtrokken met een zilverlaag. Gegarandeerd witblijvend werd gezegd. Na 1912 werd alpaca geleverd door Hofleverancier A. Scharenberg, Hoogstraat 15, Den Haag. Ook door de Eerste Nederlandsche Fabriek van Nieuw -Zilveren werken van M.J. Gerritsen uit Zeist. Alpaca wordt allang niet meer gemaakt.

sluiten

sluiten

Het handgesmede voorsnijmes met vork, door Jacob Klophaus in 1907 voor zijn zoon vervaardigd in Solingen. Klaas H. Rob, april 1986.

sluiten

Edmund Klophaus (1876-1957). Coll. E.W. Klophaus, 1941.

sluiten

Edmund Klophaus jr. Coll. E.W. Klophaus, plm. 1970.